Testnormen
Testnormen geven voorschriften voor hoe bouwmaterialen op brandwerendheid moeten worden getest. De drie verschillende brandwerende oplossingen zijn getest volgens de norm EN 1366-4, die gericht is op lineaire voegen. Daarnaast bestaat ook de testnorm EN 1366-3, die is ontwikkeld voor het testen van voegen en naden bij doorvoeringen.
Classificatienormen
Classificatienormen delen testresultaten in verschillende klassen. Voor constructies worden drie criteria onderscheiden, uitgedrukt in minuten, die aangeven hoe lang een bouwmateriaal weerstand biedt tegen brand.
1. Moment van bezwijken
Dit is de tijd totdat een bouwelement bezwijkt bij brand. De ‘R’ staat voor Resistance loadbaring capacity.
2. De scheidende functie (E)
De scheidende functie is de vlamdichtheid van een product. Het geeft aan hoe goed een bouwmateriaal met een scheidende functie voorkomt dat een brand zich verder verspreidt. Bij blootstelling aan een brand is het niet de bedoeling dat de niet-blootgestelde kant ook gaat branden.
3. Het isolatievermogen tijdens een brand (I)
Het isolerende vermogen bepaalt in hoeverre een bouwelement bestand is tegen blootstelling aan brand, zonder dat er branduitbreiding plaatsvindt naar de andere zijde. Een goede thermische isolatie voorkomt dat de temperatuur zo hoog oploopt dat branduitbreiding ontstaat.
De testresultaten van de drie brandwerende producten zijn geclassificeerd volgens de criteria E en I (EI). Een brandwerendheid van EI 30 betekent dat de kit gedurende 30 minuten voorkomt dat vuur of hitte doorslaat naar de niet-blootgestelde kant.