Keralit boeideel montage
Keralit boeidelen monteren vraagt vooral om een vlakke onderconstructie, voldoende ventilatie en de juiste hulpprofielen. Dankzij het ophangsysteem kun je de dakrandpanelen netjes en strak verwerken, zolang je de montagevolgorde zorgvuldig aanhoudt. In dit verwerkingsadvies lees je hoe je Keralit boeidelen voorbereidt, welk regelwerk nodig is en hoe je de panelen stap voor stap monteert.

Let op!
De garantiebepaling geldt alleen wanneer de montage volgens deze montagehandleiding is uitgevoerd!
Algemene richtlijnen
Voordat je aan de slag gaat met Keralit boeidelen, is een goede voorbereiding belangrijk. Let vooral op opslag, behandeling, ventilatie en de kwaliteit van het regelwerk. Daarmee voorkom je beschadigingen tijdens de montage en zorg je dat de dakrandpanelen goed kunnen blijven functioneren. Houd je aan de onderstaande richtlijnen.
Opslag
Keralit boeidelen moeten verpakt, vlak en met voldoende ondersteuning worden opgeslagen. Vermijd directe blootstelling aan zon en regen. Bij het openen van de verpakking moet deze over de gehele lengte worden opengesneden.
Behandeling
Schuif de zichtkanten van de boeidelen en hulpprofielen niet over elkaar om krassen te voorkomen. Breng ook geen harde of scherpe voorwerpen in contact met de zichtzijde. Verwijder de beschermfolie direct na montage, zodat je het oppervlak visueel kunt controleren.
Gereedschap
Voor het bewerken van Keralit boeidelen kun je standaard houtbewerkingsgereedschap gebruiken. Gebruik bijvoorbeeld een normale, fijngetande cirkelzaag voor het zagen. Voor het monteren van tweedelige hulpprofielen gebruik je een rubberen hamer om het zichtgedeelte in het basisprofiel te kloppen. Plaats géén ladders of steigers tegen de producten om beschadiging te voorkomen.
Ventilatie
Breng Keralit dakrandpanelen altijd geventileerd aan. De ventilatieruimte achter de panelen moet verticaal doorlopend zijn. Voor het regelwerk moet je rekening houden met de voorgeschreven ventilatie van 20 cm² per strekkende meter in combinatie met ventilatieopeningen.
Regelwerk
Gebruik regels van minimaal 22x50 of 32x50 als onderconstructie. Voor het regelwerk kun je het beste corrosiebestendige schroeven met een vlakke kop gebruiken. Zorg voor een hart-op-hart afstand van maximaal 30 cm. Voor het maken van ventilatiesleuven adviseren we om ventilatielatten te gebruiken.
Onderhoud
Keralit boeidelen vergen weinig tot geen onderhoud. Indien nodig kunnen je ze schoonmaken met Keralit reiniger of met een sopje van zachte zeep. Gebruik geen oplosmiddelen of schurende schoonmaakmiddelen, omdat deze het oppervlak kunnen aantasten.
Lees het onderstaande kennisbankartikel voor meer informatie over het onderhouden van kunststof gevelbekleding.
Montagehandleiding Keralit boeideel
Gebruik onderstaand stappenplan voor een correcte montage van Keralit boeidelen. Controleer vooraf of de onderconstructie vlak, stevig en droog is. Een onnauwkeurige achterconstructie blijft na montage vaak zichtbaar in de afwerking.
Horizontaal of verticaal regelwerk monteren
De houten achterconstructie waarop je de Keralit boeidelen monteert, kan horizontaal of verticaal worden bevestigd. Hierbij is het belangrijk om het regelwerk nauwkeurig uit te lijnen om eventuele zichtbare oneffenheden aan de gevel te voorkomen. Gebruik hiervoor regels met een minimale afmeting van 22x50 of 32x50.
Montage op horizontaal regelwerk
Wil je de dakrandpanelen horizontaal monteren? Dan moet het regelwerk verticaal worden aangebracht, met een hart-op-hart afstand van 30 cm.
Bij horizontale montage is het noodzakelijk om ventilatiesleuven te frezen of gebruik te maken van ventilatielatten van minimaal 21x45 of 28x45. De ventilatieopeningen moeten minimaal 20 cm² per meter bedragen. Dit betekent in de praktijk dat je per meter 10 ventilatiesleuven van 5x40 mm moet realiseren.
Montage op verticaal regelwerk
Bij verticale montage is dubbel regelwerk vereist om voldoende ventilatie te garanderen. Monteer eerst het regelwerk verticaal en bevestig daar horizontaal regelwerk overheen.
Houd een verticale hart-op-hart afstand aan van 60 cm en een horizontale hart-op-hart afstand van 30 cm. Zo ontstaat een doorlopende luchtspouw van 20 mm. Zorg ervoor dat er aan de onder- en bovenzijde van de dakrand en/of overstek ventilatieopeningen zijn van minimaal 20 cm² per meter. Dit betekent in de praktijk dat de doorlopende ventilatieopeningen groter dan 2 mm moeten zijn.
Boeidelen en hulpprofielen bepalen
Maak vóór de montage een keuze uit de juiste Keralit dakrandpanelen. Let daarbij op de gewenste paneelbreedte, de kleur en de manier waarop de dakrand wordt afgewerkt.
Veelgebruikte Keralit dakrandpanelen zijn:
- Keralit Dakrandpaneel 200 mm (2821)
- Keralit Dakrandpaneel 250 mm (2825)
- Keralit Dakrandpaneel 300 mm (2831)
- Keralit Dakrandpaneel 350 mm (2835)
Naast de boeidelen zelf heb je ook passende Keralit profielen nodig. Welke hulpprofielen je gebruikt, hangt af van de aansluiting, hoekafwerking en dakrandopbouw.
Veelgebruikte hulpprofielen zijn:
- Keralit dakrand verbindingprofiel (0420)
- Keralit basis eindprofiel (2807)
- Keralit eindprofiel 10 mm (2836)
- Keralit trim/kraal aansluitprofiel 10 mm (2843)
- Keralit uitwendig hoekstuk (2847)
- Keralit tussenstuk (2848)
- Keralit trim/kraal sierlijst (2850)
- Keralit hoekstuk sierlijst (2852)
- Keralit tussenstuk sierlijst (2853)
- Keralit montageprofiel 10 mm (2867)
- Keralit montageprofiel 17 mm (2877)
- Keralit montageprofiel boeiboord (2887)
Gebruik voor de bevestiging de Keralit Torx schroef T20 32mm. Deze schroeven zijn namelijk speciaal ontwikkeld voor het bevestigen van Keralit dakrandpanelen en sluiten goed aan op het montagesysteem.
Montage dakrand
1. Monteer de montageprofielen: 2867, 2877 en 2887 met een hart-op-hart afstand van 30 cm. Zorg ervoor dat de eerste schroef zich binnen 5 cm van het uiteinde van het montageprofiel bevindt.
2. Zaag daarna de dakrandpanelen op de juiste maat en klik deze voorzichtig in het montageprofiel. Druk niet te hard, zodat de panelen nog kunnen schuiven binnen het profiel.
3. Bevestig vervolgens de hoek- en tussenstukken. Plaats maximaal twee Keralit boeidelen van 6000 mm lengte naast elkaar met behulp van de tussenstukken. Zorg ervoor dat de panelen zonder tussenruimte worden geplaatst om uitval door werking te voorkomen. Wanneer de tussenstukken correct en stevig vastzitten, kun je de dakrandpanelen in het montageprofiel vastklikken.
4. Boor de dakrandpanelen voor en schroef deze aan de bovenzijde vast op de achterconstructie met een hart-op-hart afstand van 30 cm vast op de achterconstructie. Controleer daarna of de panelen vlak liggen, goed in het profiel zitten en vrij kunnen werken binnen het systeem.

Montage met trimkraal
Ga je een trimkraal monteren? Volg dan onderstaande stappen.
1. Bevestig de trimkraal eerst stevig met schroeven voordat je de dakrand plaatst.
2. Plaats om de 30 cm kleine dotjes montagelijm in de sponning van de trimkraal.
3. Schuif het dakrandprofiel in de trimkraal.
4. Klik de trimkraal vervolgens vast in het montageprofiel.
Controleer na montage of de trimkraal over de volledige lengte goed aansluit. Zo voorkom je dat de afwerking plaatselijk openstaat of onder spanning komt te staan.

Veelgemaakte fouten bij Keralit boeidelen monteren
Bij Keralit boeidelen ontstaan problemen meestal niet door het paneel zelf, maar door de voorbereiding of montage. Vooral ventilatie, regelwerk en bevestiging bepalen of de dakrand strak blijft en goed kan werken.
Veelgemaakte fouten zijn:
- Onvoldoende ventilatie achter de panelen — zonder doorlopende luchtspouw kan vocht minder goed worden afgevoerd.
- Regelwerk niet vlak uitlijnen — oneffenheden in de achterconstructie kunnen zichtbaar worden in de afwerking.
- Te grote hart-op-hart afstand aanhouden — houd maximaal 30 cm aan bij het regelwerk en de bevestiging.
- Panelen te strak vastzetten — Keralit moet binnen het montagesysteem kunnen werken.
- Beschermfolie te lang laten zitten — verwijder de folie direct na montage om het oppervlak te controleren.
- Ladders of steigers tegen de panelen plaatsen — dit kan krassen, deuken of andere beschadigingen veroorzaken.
- Verkeerde of ontbrekende hulpprofielen gebruiken — kies vooraf de juiste profielen voor eindstukken, hoeken, verbindingen en trimkraalafwerking.
Controleer daarom vooraf of alle panelen, profielen, schroeven en ventilatievoorzieningen aanwezig zijn. Dat voorkomt onderbrekingen tijdens de montage en verkleint de kans op herstelwerk achteraf.
Heb je vragen over Keralit dakrandpaneel montage?
Onze productspecialisten beantwoorden graag al je vragen over het monteren van Keralit boeidelen.

