Handleiding E-board plaatsen
E-board is een handige totaaloplossing voor zowel renovatie als nieuwbouw van gevels. Met dit systeem kun je eenvoudig renoveren en isoleren in één handeling. Zowel particulieren als aannemers kunnen hiermee aan het werk. In deze handleiding leggen we uit welke aandachtspunten er zijn en hoe je het E-boardsysteem kunt plaatsen.
Ondergrond
Het Vandersanden E-board heeft geen constructieve eigenschappen. De plaat waarop de steenstrip wordt bevestigd, dient alleen als isolatielaag. Er is daarom een stevige en stabiele drager als ondergrond nodig, zoals:
- Kalkzandsteen
- Snelbouwstenen
- Metselstenen
- Beton
- Houtskeletbouw
Toepassing bij houtskeletbouw
Vanwege uitzetting en krimp van de elementen in houtskeletbouw moet het e-board hier minimaal 60 mm dik zijn. Hiermee wordt scheurvorming en schade aan de materialen voorkomen.
Vanwege de vochthuishouding is cementgebonden beplating nodig bij houtskeletbouw. Niet alle houtsoorten zijn geschikt als beplating. Onderstaande platen uit ons assortiment zijn wel geschikt als drager van het E-board bij houtskeletbouw:
Deze platen mogen slechts een paar weken worden blootgesteld aan regen. Werk deze platen daarom zo snel mogelijk af. Ze zijn het meest geschikt om binnen bij een timmerfabriek te verwerken voor kant- en klare wanden. Gebruik cementgebonden platen met een minimale dikte van 12 mm.
Dit is een 100% waterbestendige wandplaat. Hij is daarom bij uitstek geschikt voor scheidings- en voorzetwanden in ruimtes met een hoge vocht- of waterbelasting. Met andere woorden, hij is geschikt voor binnenwanden waar een keramische stripafwerking gewenst is. Bij deze plaatsoort moet je een dikte gebruiken van minimaal 12,5 mm.

Plaatsoort | Geschikt | Ongeschikt |
|---|---|---|
OSB (3) | ✗ | |
Vochtwerende spaanplaat (V313) | ✗ | |
Multiplex Exterieur | ✗ | |
Underlayment | ✗ | |
✓ |
| |
✓ |
|
Tegen bestaande gevel monteren
Het E-board systeem kan rechtstreeks tegen een bestaande gevel worden gemonteerd vanwege het beperkte gewicht (± 35 kg/m²). Bij renovatie hoeft het bakstenen buitenblad niet per se te worden gesloopt, maar het moet wel in goede staat zijn. Laat het buitenblad op sterkte beoordelen door een bouwkundig adviseur. Indien nodig kan het buitenblad constructief worden versterkt met renovatieankers.
Wanneer plaatsen?
Je kunt het E-board systeem aanbrengen vanaf het moment dat het dak, dakranden, ramen en deuren, rolluikkasten, vensterbanken en eventuele plinten zijn geplaatst. De ideale temperatuur tijdens het plaatsen en de eerste 48 uur daarna is tussen de 5°C en 30°C. Het is belangrijk dat het droog weer is, er geen volle zon is, en er geen droge wind is.
Het E-board plaatsen
Aan de hand van een aantal stappen leggen we uit hoe je het E-board systeem kunt plaatsen.
Voorbereiding van de ondergrond
Allereerst verwijder of bescherm je uitstekende voorwerpen zoals een deurbel, verlichting en regenpijp. Boor enkele renovatieankers in de gevel als je twijfelt aan de stabiliteit en draagkracht. Vul oneffenheden van minder dan 2 cm diep op. Zijn ze dieper dan 2 cm? Gebruik dan dunne isolatieplaten. Vervolgens maak je de muur droog en stofvrij voor een optimale hechting.
Onder of boven het maaiveld starten?
Voordat je begint met het plaatsen, bepaal je of je onder of boven het maaiveld wilt starten. Voor een optimale isolatieschil is het beter om ook onder het maaiveld te isoleren. Hierdoor wordt namelijk een koudebrug volledig weggewerkt. Plaats deze isolatie 30 cm of meer onder het grondniveau. Voor een verbetering van de afwatering kun je hier een noppenfolie tegen de isolatie plaatsen.

E-board isolatie kun je zonder problemen in de grond plaatsen, omdat deze vochtbestendig is. Het is ook mogelijk alternatieve isolatie onder het maaiveld te plaatsen. De isolatie onder het maaiveld lijm je enkel vast tegen de muur voor de waterdichting tussen de platen en de gevel.
Begin je boven het maaiveld? Dan schroef je een startprofiel vast aan de muur nadat je de onderste steenstriprij hebt bepaald. Dit startprofiel zorgt voor de noodzakelijke bescherming van de isolatieplaten. Bij de afwerking kun je onderaan kiezen voor steenstrips of natuurstenen plinten, ongeacht of je boven of onder het maaiveld bent gestart met je isolatie.
De onderste steenstriprij bepalen
Op de isolatieplaten staan handige markeringen voor het voegen. Deze markeringen staan op een vaste lagenmaat van elkaar (steenhoogte + voeg). Het is belangrijk dat je de onderste horizontale rij met steenstrips goed bepaalt, zodat je de isolatieplaten op de juiste hoogte plaatst.

Gevoegde afwerking
Bij een gevoegde afwerking werk je de ramen en deuren met een rollaag van verticale hoekstrippen af. Boven deze rollaag laat je de steenstrippen horizontaal doorlopen. Zet de bovenzijde van de rollaag eerst op je gevel uit. Daarna kun je met een veelvoud van de lagenmaat naar beneden tellen. Vervolgens zet je het startprofiel op de juiste hoogte vast. Klopt de gekozen starthoogte voor andere openingen niet? Dan kun je de rollagen aan deze openingen inkorten.

Voegloze afwerking
Bij een voegloze afwerking houd je geen rekening met de lagenmaat. De openingen in de gevel werk je hierbij af met horizontale hoekzoolstrippen. De startrij van de steenstrips bepaal je wel op dezelfde manier als bij een gevoegde afwerking.
Lijmmortel aanmaken
De meegeleverde hoeveelheid lijm is berekend voor zowel het verlijmen van de isolatieplaten op de muur als voor het bevestigen van de strippen op het paneel. Hierdoor heb je altijd de juiste hoeveelheid lijm. Ongeveer 1/3 van de lijm is bestemd voor de achterzijde van de isolatieplaat, 1/3 voor de voorzijde van de plaat en 1/3 voor de steenstrips.
Voor het aanmaken van de lijmmortel volg je de aanwijzingen op de verpakking. Het is belangrijk dat je de juiste hoeveelheid water toevoegt om te voorkomen dat de mortel niet meer waterdicht is.
Lijmmortel aanbrengen
Voor een goede hechting van de isolatieplaat op de ondergrond is het belangrijk dat minimaal 60% van de isolatieplaat verlijmd is. Let er daarnaast op dat er geen hechtmortel in de voegen komt voor een goede aansluiting van de platen. Er zijn 3 verschillende methodes om de lijm aan te brengen op de platen:
- Kambedmethode
Gebruik deze methode bij een vlakke ondergrond. Strijk de mortel egaal over de volledige achterzijde van de isolatieplaat met een lijmkam.
- Noppenmethode
Pas deze methode toe bij ondergronden met oneffenheden van meer dan 10 mm/2 m, maar minder dan 20mm. Het is van belang de mortel aan de randen goed aan te brengen in een gesloten baan met ‘noppen’ om schotelvervorming te voorkomen.
- Strokenmethode
Dit is een alternatief voor de noppenmethode. Bij deze methode breng je ook een baan mortel aan op de randen van de plaat, maar ook een strook in het midden.

Isolatieplaten aanbrengen
Als je boven het maaiveld wilt starten, dan heb je al een startprofiel aangebracht. Hiermee bescherm je de platen aan de onderzijde. Kort de onderste platen eerst een halve steenstrip in, zodat je met een volledige steenstrip onderaan kunt starten. Daarnaast raden we bij het gebruik van startprofielen aan om de platen te verlijmen met een richel PUR-schuim of siliconen op de profielen. Hiermee zorg je voor waterdichting tussen de isolatieplaten en de gevel.
Druk de belijmde isolatieplaat gelijk horizontaal tegen de muur, zodat je de tekst kunt lezen. Vervolgens spuit je PU-schuim tussen de muur en de isolatieplaten op de randverbindingen of in de fijne openingen tussen de muur en de isolatieplaat. Dit zorgt voor een extra stevige verlijming en een feilloze waterafdichting.

Vervolgens ga je verder met de volgende plaat. Plaats de isolatieplaten altijd geschrankt ten opzichte van de onderliggende rij, zodat de verticale naden nooit boven elkaar komen te liggen tussen de horizontale lagen. De handige tand- en groef verbinding zorgt ervoor dat je de isolatieplaten met een eenvoudige draaibeweging op de plaats zet. Gebruik altijd een waterpas om te controleren of ze mooi in 1 vlak liggen. Bij een hoek aan een raam of deur gebruik je een L-vormige plaat om de stabiliteit van de E-board muur te verhogen.

Pluggen bevestigen
Zodra de lijm is uitgehard, na ongeveer 48 uur, plaats je de pluggen als extra verankering. Wil je de pluggen sneller dan na 48 uur bevestigen omdat de mortellijm niet nodig is voor uitvlakking? Dan moet je de pluggen direct na plaatsing van de platen bevestigen, wanneer de mortel nog plastisch is.

Bevestig de pluggen op de voorziene markeringen. Is de plaat ingekort? Dan mag je afwijken van deze uitsparingen. Gebruik een klopboor voor steenachtige ondergronden en een boor zonder klopboorfunctie op zachtere ondergronden zoals snelbouwstenen en cellenbeton. De diameter van de boor moet 8 millimeter zijn. Boor het gat 10 mm dieper dan de lengte van de plug, zodat hij goed verankerd is.
Stoot je tegen tussenliggende lagen, zoals pleisterwerk? Gebruik dan langere pluggen voor een betere draagkracht. Wil je de isolatieplaten monteren op een houten ondergrond of op een vezelcementplaat? Gebruik dan de meegeleverde schroefpluggen.
Vereiste verankeringsdiepte pluggen (boordiepte 10 mm extra tellen) | ||
|---|---|---|
Ondergrond | Type plug | Verankeringsdiepte |
Alle types ondergronden, behalve cellenbeton (isolatie ⊆ 40 mm) | Slagplug H3 | Minimaal 25 mm |
Alle types ondergronden, behalve cellenbeton (isolatie > 40 mm) | Slagplug CN8 | Minimaal 35 mm |
Schroefplug 8U / CS 8 | Minimaal 70 mm | |
Hout | Schroef 6H-NT | Minimaal 25 mm |
Metaal | Schroef B | Minmaal 20 mm |
Schroef 6H verankeringsdiepte + plug DUO-power 8x40 | Dikte cementgebonden vezelplaat + doorboren* (5/10mm extra afhankelijk van de toepassing) | |
* Installatie gelijk met de oppervlakte = 10 mm extra
* 15mm verzonken in het isolatie oppervlak = 5 mm extra
Steenstrippen verdelen
Allereerst bepaal je de gemiddelde steenstriplengte. Dit doe je door een aantal steenstrips achter elkaar te leggen en de totale lengte te delen door het aantal steenstrips dat je hebt neergelegd. Daarna tel je de gewenste voegbreedte erbij en dit resulteert in de strekkenmaat. Dus: strekkenmaat = gemiddelde steenmaat + voegbreedte.
Vervolgens meet je de breedte van het gevelvlak. Dit deel je weer door de strekkenmaat. Is de lengte van het gevelvlak geen veelvoud van de strekkenmaat? Dan vang je de speling op door de voegbreedte of de steenlengte aan te passen. De voegbreedte mag maximaal 3 mm afwijken van de eerder gekozen voegbreedte bij een gevoegde afwerking en maximaal 1 mm bij een gelijmde afwerking.

Kies je ervoor om de steenstrips in te korten? Doe dit dan om esthetische overwegingen maximaal 25%. Daarna kun je de steenstrips verlijmen op de isolatieplaat. Zorg ervoor dat de kopvoegen boven elkaar doorlopen.
Steenstrips verlijmen
Allereerst lijm je de voorkant van de isolatieplaat in met een lijmkam. Zorg ervoor dat ook de naden tussen de isolatieplaten lijm bevatten. Breng alleen die hoeveelheid lijm aan op die binnen de open tijd van de lijm verwerkt kan worden. Vervolgens lijm je de achterkant van de steenstrips in - dit hoeft geen dikke laag te zijn - en plak je ze tegen de al belijmde isolatieplaten. Beweeg ze iets naar links en rechts om te voorkomen dat er lucht achter de strips blijft zitten. Deze lucht zou na de tijd namelijk voor eventuele vorstschade kunnen zorgen.
De isolatieplaten hebben handige voorbeeldvoegen die je gewoon kunt volgen. Je kunt het beste van boven naar beneden werken om te voorkomen dat de onderste steenstrips besmeurd raken. Heb je liever een gelijmde afwerking? Gebruik dan een metselkoord.

Metselwerk voegen
Na minstens één week begin je met voegen. De lijmmortel achter de steenstrips moet namelijk helemaal uitgehard zijn. Bij nieuwbouw moet je hier langer mee wachten, vanwege het zetten van de achterliggende structuur van de woning. De ondergrond dient hier tenminste 3 maanden oud te zijn vóórdat je begint met voegen.
Voeg alleen als het minimaal 5 graden Celsius is, en bij regen dien je het verse voegwerk af te dekken. Om te voorkomen dat het metselwerk nat of vuil wordt, spuit je de voeg net boven het maaiveld of een klinkerpad op met siliconen kitvoeg.

Openingen in de gevel behouden of vernieuwen
Als je de openingen in de gevel wilt behouden of vernieuwen, dan moet je vaak structureel ingrijpen in de constructie van je woning. Vraag daarom altijd raad aan een architect of technisch adviseur om schade te voorkomen!
Om bestaande ramen en deuren te behouden zonder koudebruggen te creëren, slijp je de dagkanten in zodat je de isolatieplaten tot tegen het raam of deurkozijn kunt laten doorlopen. Tel de dikte van de isolatieplaat en steenstrip samen en je weet hoeveel je moet inslijpen. Vervolgens gebruik je een slijpschijf om de dagkanten uit te slijpen en te verwijderen uit de bestaande muur. Let hierbij goed op de draagkracht!
Tot slot plaats je de isolatie tot tegen het raam of deurkozijn. Plaats uitzetbare compriband tussen de kaders en isolatieplaten om de warmte-isolatie en waterdichtheid te garanderen. Lukt het slijpen niet? Gebruik dan dunnere isolatieplaten aan de dagkanten.
Als je een nieuw raam- of deurkozijn plaatst, dan monteer je dit in lijn met het oude gevelvlak. Het nieuwe kozijn schroef je vast in de bestaande muur. De isolatie werk je af tot tegen het kozijn.
Extra advies nodig over E-board?
Heb je nog vragen over het plaatsen van E-board? Neem dan gerust contact op met onze productspecialisten. Samen werken wij aan het beste resultaat voor jouw gevel!

